Nieuwe hoofdstukken, oud gemis
‘Ik dacht dat ik erover was. En nu word ik ineens weer zo hard overspoeld als in het begin. Dat is toch niet normaal?’
Het is een zin die ik regelmatig hoor in mijn praktijk.
Soms is het verlies dan al jaren geleden. Het leven is ondertussen verdergegaan. Er wordt gefeest en gereisd. Er zijn nieuwe vrienden gekomen, misschien een eerste serieuze relatie. Het verdriet staat niet meer iedere dag op de voorgrond.
En dan gebeurt er iets.
Je studeert af en tussen alle mensen die trots naar je kijken, mis je plots die ene blik. Je krijgt je eerste job en vraagt je af welk advies je zou hebben gekregen. Je gaat alleen wonen en beseft dat die persoon nooit bij jou aan de keukentafel zal zitten. Je wordt verliefd, gaat samenwonen, koopt misschien een huis. Je trouwt. Je wordt zelf ouder.
Nieuwe hoofdstukken.
En soms ook: oud gemis.
Een leven vol eerste keren
De jongvolwassenheid, grofweg de periode tussen 18 en 30 jaar, is een bijzondere levensfase. Misschien wel omdat er in relatief korte tijd ontzettend veel verandert.
Je maakt steeds meer keuzes die richting geven aan je leven. Je zoekt je plek in studie of werk. Relaties veranderen en verdiepen. Je maakt je steeds meer los van thuis en bouwt een eigen leven op. Je ontdekt wat je hebt meegekregen van thuis, wat je daarvan wilt behouden en wat je anders wilt doen.
En ondertussen ben je nog volop in ontwikkeling.
We verwachten van jongvolwassenen behoorlijk veel zelfstandigheid, terwijl hun ontwikkeling niet plots klaar is op hun achttiende verjaardag. Ook de hersenen blijven zich nog gedurende de jongvolwassenheid ontwikkelen.
Je komt dus steeds meer zelf aan het stuur te staan, terwijl je nog volop ontdekt wie je bent en hoe je dat volwassen leven wilt vormgeven.
En precies daar kan een eerder verlies zich opnieuw laten voelen.
Verder leven, anders missen
Wanneer iemand van wie je houdt overlijdt, verlies je die persoon op dat moment.
Maar misschien verlies je niet meteen alles wat je later nog met die persoon had willen beleven.
Sommige vormen van gemis bestaan dan simpelweg nog niet.
Een kind kan zijn overleden moeder missen omdat ze niet meer aan het bed zit, geen boterhammen meer smeert of niet meer aan de schoolpoort staat.
Jaren later kan diezelfde persoon haar missen bij het afstuderen. Wanneer er een eerste huis wordt gekocht. Of op de dag dat er getrouwd wordt.
Niet omdat de rouw terug bij af is.
Maar omdat er iets nieuws te missen valt.
Terwijl jij verder leeft, verandert ook wat je mist.
Er komen nieuwe vragen.
Wat zou jij hiervan gevonden hebben?
Welke raad zou je mij nu geven?
Zou je trots zijn?
Welke rol zou jij vandaag in mijn leven hebben?
Wie zou jij zijn geworden?
Maar ook:
Wie ben ík ondertussen geworden?
Want naarmate de jaren verstrijken, ontstaat er steeds meer van jouw leven dat de ander niet heeft meegemaakt. Je wordt iemand die je broer of zus, ouder, vriend of partner nooit op deze manier heeft gekend.
Ook daarin kan gemis zitten.
‘Maar ik dacht dat ik erover was’
Net daarom kan een nieuwe golf van verdriet zo verwarrend zijn.
Want als het lange tijd beter ging, voelt opnieuw overspoeld worden soms als achteruitgaan.
Waarom doet dit ineens weer zoveel pijn?
Ik kon hier vroeger toch over praten?
Ik dacht dat ik hier ondertussen verder in stond.
Maar misschien is er helemaal geen sprake van achteruitgaan.
Wat je op je vijftiende kon begrijpen van de dood van je vader, kan op je vijfentwintigste iets heel anders betekenen. Niet omdat je toen niet voldoende gerouwd hebt of omdat er iets onverwerkt op je lag te wachten. Maar omdat jij vandaag iemand anders bent.
Je hebt andere vragen. Je neemt andere rollen op. Je kijkt met andere ogen naar jezelf, naar je gezin en naar degene die je verloren bent.
Soms moet je verder leven om anders te kunnen missen.
Rouw heeft geen rechte lijn
Dat is ook waarom ik in gesprekken graag uitleg geef over hoe rouw kan bewegen.
Niet om te vertellen hoe iemand zou moeten rouwen. Integendeel.
Modellen zoals het Duale Procesmodel kunnen helpen om woorden te geven aan iets wat vanbinnen behoorlijk chaotisch kan voelen. Het laat zien hoe we in rouw heen en weer kunnen bewegen: soms zijn we heel dicht bij het verlies en alles wat we missen, en op andere momenten richten we ons opnieuw op het leven dat verdergaat.
Werken. Studeren. Afspreken. Verliefd worden. Lachen. Plannen maken.
En dan weer missen.
Die beweging is geen bewijs dat je vastzit. Een periode waarin het verlies opnieuw veel ruimte inneemt, betekent niet dat je terug bij het begin bent.
Misschien hoef je er niet ‘over’ te geraken
Ik begrijp de behoefte aan dat idee nochtans heel goed.
Dat er ergens een moment komt waarop je kunt zeggen: nu heb ik dit verwerkt.
Klaar.
Verder.
Maar misschien past een ander beeld beter.
Dat je verder leeft mét wat er gebeurd is. Dat verlies soms heel klein naast je loopt en op andere momenten plots weer veel ruimte inneemt.
Dus wanneer je op een diploma-uitreiking, in je eerste eigen huis, tijdens een zwangerschap, op je trouwdag of zomaar midden in een doodgewone dinsdag ineens opnieuw wordt overvallen door gemis, betekent dat niet dat je terug bij af bent.
Misschien ben je juist ergens aangekomen waar je nog nooit eerder bent geweest.
En moet je degene die je mist daar opnieuw even leren missen.