De rouwladder
Soms lijkt het alsof er een onzichtbare rangorde bestaat in verdriet.
"Ze heeft toch een mooie leeftijd gehad. Mijn collega is haar man verloren. Dat lijkt me veel moeilijker."
"Jouw ouders zijn een kind kwijt. Dat is toch het ergste wat je kan meemaken."
"Je ouders gaan scheiden? Je hebt ze tenminste nog. Er zijn kinderen die veel minder geluk hebben."
Misschien heb je zulke uitspraken zelf al eens gehoord. Of misschien heb je ze ooit zelf uitgesproken.
Vaak zijn ze goed bedoeld. We zoeken naar woorden die troost bieden. We proberen iets begrijpelijk te maken wat eigenlijk niet te begrijpen valt. En ongemerkt beginnen we verlieservaringen met elkaar te vergelijken.
Alsof er ergens een rouwladder tegen een muur staat.
Helemaal bovenaan het zwaarste verlies. Onderaan de verliezen die zogezegd minder pijn doen.
Maar zo werkt rouw niet.
In rouwgroepen zie ik het regelmatig gebeuren. Wanneer iemand zijn verhaal vertelt, volgt soms bijna verontschuldigend:
"Het was maar mijn oma."
Alsof iemand eerst moet bewijzen dat zijn verdriet groot genoeg is om er te mogen zijn.
Dan zeg ik steevast hetzelfde:
"Hier vergelijken we niet. Jouw verhaal hoeft niet onder te doen voor dat van iemand anders."
In het begin zie ik vaak nog twijfel. Alsof mensen zichzelf blijven afvragen of hun verdriet wel voldoende recht van bestaan heeft. Dat gevoel verdwijnt natuurlijk niet na één gesprek. Maar wanneer een groep keer op keer ervaart dat elk verhaal evenveel ruimte krijgt, gebeurt er iets. Langzaam groeit het besef dat verdriet zich niet laat meten.
Want een buitenstaander weet zelden wat iemand werkelijk verloren heeft.
Misschien was je oma degene die je heeft grootgebracht.
Misschien was een buurman jarenlang je veilige haven.
Misschien was je zus tegelijk je beste vriendin.
En misschien brengt een scheiding niet alleen het verlies van een gezin met zich mee, maar ook het verlies van zekerheid, vertrouwen of het toekomstbeeld waarvan je dacht dat het vanzelfsprekend was.
Dat is misschien nog wel het moeilijkste aan verlies: het gaat bijna nooit over één iemand of één gebeurtenis.
Bij een overlijden verlies je misschien ook de persoon met wie je iedere zondag ging wandelen, degene die je altijd belde wanneer het moeilijk was of degene bij wie je jezelf helemaal kon zijn.
Bij een scheiding verlies je misschien een thuis, dagelijkse gewoontes, financiële zekerheid, familiebanden of een toekomst die je samen voor ogen had.
Rouw gaat dus niet alleen over wie of wat je verliest, maar ook over alles wat met dat verlies mee verdwijnt. Over de zichtbare én onzichtbare verliezen.
We zien vaak wie iemand verloren is.
Veel minder zien we wat die persoon, die relatie of die situatie voor iemand betekende.
En precies daar schuilt het verschil.
De impact van een verlies laat zich niet voorspellen door de familierol van degene die gestorven is of door het soort verlies dat iemand meemaakt. Ze wordt mee bepaald door de betekenis van die persoon of situatie, door de plaats die ze innam in iemands leven en door alles wat mee verloren ging.
En zelfs dat blijft geen vaste regel.
Want ook twee mensen die dezelfde persoon verliezen, kunnen heel verschillend rouwen.
Misschien moeten we die denkbeeldige rouwladder daarom maar van de muur halen.
Leg ze horizontaal op de grond.
Dan verdwijnen de hoogste en de laagste treden.
Dan liggen alle verhalen naast elkaar.
Niet omdat ze hetzelfde zijn.
Maar omdat elk verhaal het verdient om gehoord te worden, zonder eerst vergeleken te worden met dat van iemand anders.