De rouwladder

Reactie als iemand vertelt dat haar oma is gestorven:
“Ze heeft toch een mooie leeftijd gehad hé. Mijn collega is haar man verloren, dat lijkt me veel moeilijker”

Reactie als iemand vertelt dat zijn zus is overleden:
“Jouw ouders zijn een kind kwijt, dat is toch het ergste dat je kan meemaken”

 Reactie als iemand vertelt dat zijn ouders gaan scheiden:
“Jij hebt je ouders tenminste nog. Er zijn kinderen die veel minder geluk hebben dan jij”

Je kent ze waarschijnlijk ook. Van die uitspraken die de ene verlieservaring vergelijken met de andere. Niet alleen vergelijken, maar ook nog de vergrotende of overtreffende trap toevoegen in de zinsconstructie. Dit laat uitschijnen dat er een bepaalde volgorde bestaat. Dat er ergens is bepaald wat het ergste is dat iemand kan meemaken. Alsof er ergens een rouwladder tegen de muur staat, met op de bovenste trede het ergst mogelijke verlies en onderaan de minder belangrijke verliezen.

Vaak zijn deze reacties goed bedoeld. Het vertrekt vanuit een nood om te troosten, om perspectief te brengen, om hoop te geven. Ik geloof ook dat deze uitspraken vaak gewoon vanuit onwetendheid en ongemakkelijkheid worden gezegd. Mensen die niet weten wat ze moeten zeggen, en dan maar reageren met een uitdrukking die ze al vaker hebben gehoord. Niet stilstaand bij de impact die woorden kunnen hebben.

Daarom een tip aan de omgeving van een rouwende: stop met vergelijken. De rouwende voelt zich hoogstwaarschijnlijk niet erkent als je zijn verhaal gaat vergelijken met een ander. Vaak geeft het hem/haar een minderwaardig gevoel en jouw woorden kunnen ook kwetsen of frustratie opwekken. Vergelijken helpt de rouwende niet. Hij/zij heeft er geen boodschap aan. Dus voel je de reflex opkomen om een soortgelijke zin te zeggen, slik dan snel je woorden in. :) 

Wat me opvalt is dat ook rouwenden deze vergelijkende zinnen in de mond nemen. In praatgroepen hoor ik het regelmatig. Als er iemand nieuw bij de groep komt en de andere verhalen hoort, blijkt het ook een reflex te zijn om het eigen verliesverhaal (en eigen pijn en verdriet) te minimaliseren. Er volgen dan ook uitspraken als: “Het was maar mijn oma”. Daarop reageer ik altijd snel:  “Vergelijken heeft geen zin. Jouw verhaal moet niet onderdoen voor dat van een ander. In deze groep zijn alle verhalen gelijk.” Vaak zie je na deze bemerking nog wat twijfel, want het gevoel dat zijn/haar verhaal minder erg is neem je natuurlijk niet weg door één zin. Maar door consequent de regel te herhalen dat vergelijken geen nut heeft, wordt dit langzaamaan ook een deel van henzelf.

Belangrijker dan verliesverhalen te vergelijken en stil te staan bij de band die de rouwende had met de persoon die gemist wordt. Een buitenstaander weet maar zelden wat die persoon voor jou betekend heeft. Een buurman kan jouw rots in de branding geweest zijn. Je oma heeft je misschien opgevoed. Jouw gezin was jouw rustpunt, jouw zekerheid. Je zus was misschien ook je beste vriendin die alles van je wist.

De moeilijkheid van een rouwproces wordt dus niet bepaald door wie je verloren bent (een mama, papa, oma, opa, broer, zus, buurman,…), maar wel wie die persoon was voor jou en wat die persoon voor jou betekend heeft. Hoe beter je band, hoe groter het gemis kan zijn. Ter nuancering: ook dit is geen regel die zwart-op-wit kan toegepast worden. Want bij rouwen blijken er meer uitzonderingen dan regels, omdat iedereen op zijn eigen manier rouwt.

Ik heb een idee. Laten we die rouwladder gewoon horizontaal op de grond leggen. Dan komen al die verliesverhalen naast elkaar te liggen. Dan zijn alle verhalen gelijk aan elkaar. Dan kunnen we zoeken naar gelijkenissen en verschillen, zonder oordelend te zijn. Zo geef je erkenning aan je eigen verhaal, zo geef je erkenning aan het verhaal van een ander.