Mijn verhaal: Het overlijden van mijn broer

Het overlijden van mijn broer kwam heel onverwacht. Mijn broer verongelukte in het verkeer. Dat was een heel grote shock. Voor mezelf. Voor mijn ouders. Voor mijn familie. Voor de vrienden. Voor het dorp. Heel even stond onze wereld stil. Heel even had niemand woorden nodig om elkaar te begrijpen, want iedereen voelde diezelfde rauwe pijn.

De dagen na het overlijden werd ik geleefd. Ik was verdoofd. De dag van het overlijden kan ik me nog iedere seconde herinneren. Maar de dagen erna zijn heel wazig. Ik herinner me nog flarden. Maar niet chronologisch. Zelfs de dag van de begrafenis blijft erg vaag voor mij. Als ik terugdenk aan de begrafenis, lijkt het alsof ik deze niet bekijk vanuit mijn standpunt, maar vanuit vogelperspectief. Alsof ik niet in mijn lichaam was en alles vanop een afstand bekeek.

Nu weet ik dat het mijn hersenen waren die mezelf beschermden. Mijn hersenen zorgden dat enkel de meest noodzakelijke prikkels werden doorgegeven. Al de rest werd afgezwakt. Gewoon omdat het te veel was, op dat moment. Voor mijn hersenen was dat toen de nodige overlevingsstrategie. Ik ben mijn hersenen dankbaar.
Ik was ook verdoofd omdat ik op de dag van de begrafenis kalmeringspillen had gekregen van de huisarts. Ik had er zelf voor gekozen. Maar achteraf heb ik daar een beetje spijt van. Na zoveel jaren ben ik niet bang meer voor die rauwe emoties en wil ik ze liever doormaken dan ontvluchten. Maar toen op dat moment, op die leeftijd, was ik daar niet klaar voor.

Na enkele weken sijpelt de realiteit langzaam binnen. Jouw wereld staat nog altijd stil. Maar de mensen in jouw omgeving moeten het leven weer hervatten. Ze gaan terug naar school, terug aan het werk… en zo ontstaat een groot contrast tussen die twee werelden. Jij voelt als rouwende even geen aansluiting meer met die buitenstaanders. Want je begrijpt het niet. Hoe kan de wereld doordraaien nadat er zoiets is gebeurd?! Ik leerde op korte tijd heel snel relativeren, waardoor ik het erg moeilijk had om nog aansluiting te vinden bij leeftijdsgenoten. Want plots konden kleding en roddels mij gestolen worden. Maar ook buitenstaanders krijgen het moeilijk. Zij voelen hoe jij als rouwende blijft stilstaan en hoe die kloof tussen jullie groter wordt. Ze zijn hun woorden kwijt. Ze weten niet meer wat ze moeten zeggen of doen. En omdat ze de rouwende niet willen kwetsen, beslissen ze dan maar om niets meer te zeggen. Om niet meer te storen. Om hen de nodige rust te gunnen. Goedbedoeld. Maar het mist zijn effect.

Het valt me op dat dit terugkomt in heel wat verhalen van rouwenden. Hoe eenzaam ze zich voelden, een paar weken na het overlijden. Vaak wordt er na enkele maanden zelfs niet meer over het overlijden gepraat. De rouwende voelt zich hierdoor niet erkend in zijn verlies. De rouwende voelt zich tekort gedaan en voelt zich schuldig tegenover de persoon die gestorven is, want ze willen hem/haar niet doodzwijgen. De omstaanders zijn ondertussen zo gewend geraakt om er niet meer over te praten, dat ze niet meer weten hoe ze erover kunnen beginnen. Dus ze zwijgen verder. Want ze zijn nog altijd bang om de rouwende te kwetsen. Want die begint te huilen als je ernaar vraagt. Dus misschien is het beter dat we er niet meer over praten…

Natuurlijk huilt hij of zij! Want hij/zij mist de persoon die gestorven is. Maar ik ben er zeker van dat de meeste rouwenden enorm dankbaar zijn dat je doorvraagt. Door te praten over de persoon die ze missen, voelen ze zich verbonden. Hoe sterk die emoties ook zijn in het begin, je hoeft er niet bang voor te zijn.

Een rouwende zegt vaak in zichzelf “Ik wil de andere niet lastig vallen met mijn verhaal. Ze zijn mijn verhaal waarschijnlijk al beu gehoord ondertussen.” Nodig hen dus gerust uit om te vertellen. En blijf er naar vragen, in de maanden en jaren die volgen.  

Omdat ik niemand durfde lastigvallen op school, had ik ook het gevoel dat niemand mij begreep. Sommigen deden hun best, maar ze konden de intensiteit niet vatten. En empathie heeft ook zijn grenzen. Het was voor mij een hele openbaring toen ik een jaar na het overlijden van mijn broer naar een praatgroep ging. Eindelijk ontmoette ik mensen die me begrepen. Die zonder woorden de pijn konden voelen die er was. Die de frustraties begrepen, zonder te oordelen. Deze (h)erkenning gaf mij vleugels. Toen is bij mij een zaadje geplant. Want nog geen drie jaar later hielp ik zelf al een praatgroep mee begeleiden.

Sinds het overlijden van mijn broer heb ik een motto in mijn leven: “Het leven kan snel gedaan zijn, dus doe NU alles wat je wil doen. Stel je dromen niet uit.”
Ik zet mijn motto dagelijks in, om mijn dromen na te streven. Daarom dat ik tijdens mijn studies regelmatig naar het buitenland trok. Daarom ook dat ik blijf studeren: want nu kan het nog (én ik doe het natuurlijk heel graag). Daarom dat ik mijn eigen praktijk voor rouwbegeleiding heb opgestart. Ik wil nergens spijt van hebben als ik zelf ooit dood ga. Dus ik ga heel bewust om met keuzes en het nastreven van mijn doelen. Kortom, sinds het overlijden van mijn broer leef ik veel bewuster.